top of page

Mijn eerste verkoop verraste zelfs mijn vader

  • 2 dagen geleden
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 1 dag geleden


Onze kunst- en antiekhandel was gevestigd aan de Bakkerstraat in Arnhem, in het huis waar ik geboren ben. Het pand bestond uit een winkel en twee woonhuizen. Ons gezin woonde in het achterhuis. In het bovenhuis woonden mijn oom Wim en tante Emmy.


Oom Wim was gespecialiseerd in Duits porselein en schilderijen, van Oude Meesters tot Impressionisten. Vanuit die expertise was hij nauw betrokken bij de zaak. Ik heb ontzettend veel van hem geleerd.


Een eigen plek in de kunsthandel


Al vanaf mijn veertiende ging ik regelmatig met mijn vader mee naar taxaties. Na afloop werkte ik de taxatierapporten uit op een Remington-typemachine. Tegen de tijd dat ik officieel in de zaak kwam, was er dus al een mooie basis gelegd voor mijn latere werk als taxateur.


Vanaf het moment dat ik ook zelfstandig mocht ondernemen, waren onze verschillende collecties in de winkel eenvoudig van elkaar te onderscheiden. Aan de objecten van mijn vader hingen witte prijskaartjes. Mijn eigen aankopen kregen een rood kaartje.

Het kopen en verkopen van kunst en antiek vormde een belangrijk onderdeel van onze activiteiten. Toch werden de kennis en ervaring van mijn vader en oom vooral ingezet voor taxaties. Voor mij was de winkel zowel een onderneming als een leerschool.



  • De handgeschreven administratie van mijn vader vanaf 1974.


Mijn eerste aankoop


In die beginperiode gebruikte ik mijn zorgvuldig bij elkaar gespaarde startkapitaal om op veilingen objecten aan te kopen.

Mijn allereerste aankoop was een blauw-witgedecoreerde terrine van Delfts aardewerk. Ik kocht deze voor 1.500 gulden op een veiling in Den Haag. Trots liet ik de terrine aan mijn vader zien.

Hij bekeek het object aandachtig. Hij vond het een prachtige terrine van zeer goede kwaliteit, maar volgens hem had ik er te veel voor betaald. Er zat namelijk een klein barstje in.

Mijn eerste aankoop leek daarmee niet direct een meesterzet.



Een trap vol bankbiljetten


Drie maanden later was ik in de werkruimte boven de winkel bezig met het plaatsen van prenten en kaarten in passe-partouts. Toen ik de deurbel hoorde, liep ik naar de hoge, steile trap om naar beneden te gaan.


Op de bovenste trede zag ik plotseling een briefje van honderd gulden liggen. Op de volgende trede lag er nog een. Toen ik beter keek, zag ik dat de hele trap naar beneden bezaaid was met bankbiljetten van honderd gulden.




Natuurlijk ging er meteen een lampje bij me branden.

In het achterhuis zat mijn vader in zijn grote stoel, verscholen achter de krant. Ik vroeg hem of hij misschien iets wist van al die bankbiljetten op de trap.

Hij liet de krant half zakken en zei:

‘Ik heb die zeperd van jou verkocht aan een collega-handelaar.’



Toch goed gezien


Die collega-handelaar had er blijkbaar vertrouwen in dat hij de terrine voor een nog hoger bedrag aan een van zijn klanten kon verkopen. Ondanks het kleine barstje zag ook hij de kwaliteit en de handelswaarde van het object.

Mijn vader had misschien gevonden dat ik te veel had betaald, maar mijn eerste aankoop bleek wel degelijk potentie te hebben.


De terrine leverde mij niet alleen mijn eerste verkoop op. Het gaf me ook het vertrouwen dat ik zelf oog had voor bijzondere objecten. Voor iemand die nog maar net als zelfstandig handelaar was begonnen, was dat misschien wel de belangrijkste opbrengst.

En mijn vader? Die moest op zijn eigen, onvergetelijke manier toegeven dat mijn eerste aankoop zo slecht nog niet was.



bottom of page